Op jonge leeftijd maak je misschien mee dat een van je huisdieren dood gaat of je opa en oma op hoge leeftijd overlijden. Misschien moet verhuizen naar een andere stad of zelfs naar het buitenland, waardoor je afscheid moet nemen van je buurt, school en vrienden. Zulke verlieservaringen kunnen je vormen. Ze leren je dat het leven zich aandient zoals het komt. Ze kunnen je sterker maken, of juist onzeker en angstig. En dit laatste kan nog jarenlang invloed hebben op je leven, soms pas zichtbaar op het moment dat je echt beseft wat die ervaring voor jou heeft betekend. Positief of minder positief.
Misschien word je op jonge leeftijd geconfronteerd met de dood van een broer, zus, vriend, vriendin of iemand uit je klas. Hoewel je het verdriet van dat moment vaak goed begrijpt, kun je als kind of jongere meestal nog niet overzien welke gevolgen zo’n verlies op de lange termijn (kan hebben) heeft. Ik zet de woorden kan hebben bewust tussen haakjes, omdat iedereen verlies op zijn eigen manier ervaart. Toch merk ik in mijn praktijk en tijdens andere bijeenkomsten dat veel mensen op latere leeftijd regelmatig teruggrijpen op die eerste grote verlieservaring. Juist omdat die soms hardnekkig aanwezig blijft doorwerken in het dagelijks leven.
Zo sprak ik een vrouw van bijna zestig jaar. Toen zij nog een klein meisje was, overleed haar broer. Het verdriet van haar ouders, het gebrek aan ruimte om erover te praten en het wegstoppen van haar eigen gevoelens kwamen pas vijftig jaar later naar boven. Terugkijkend zag zij hoe het overlijden van haar broer haar leven altijd heeft beïnvloed. Of neem die man die bijna vijfentwintig jaar geleden zijn vriend levenloos aantrof. Nog steeds voelt hij de schok van dat moment tot in het diepst van zijn ziel.
In mijn jeugd werd ik ook op jonge leeftijd met de dood van leeftijdsgenootjes geconfronteerd. Een drietal kinderen uit de buurt verongelukten, een jongetje op de basisschool die ernstig ziek was overleed, en de impact van een zelfdoding op de middelbare school staan nog helder in mijn geheugen gegrift. Terugkijkend op deze levensbepalende ervaringen doen mij en de twee personen hierboven realiseren dat ons leven – na die levensbepalende gebeurtenis – min of meer gewoon doorging. Natuurlijk was het verdriet er. Tegelijkertijd zagen we de onmacht en tranen van de volwassenen om ons heen en voelden we haarfijn aan hoe groot hun verdriet was. Daardoor pasten we ons gedrag aan. Ons eigen verlies en verdriet waren veel moeilijker te begrijpen op dat moment. Laat staan dat we konden uitspreken welke gevoelens we hadden omtrent de dood.
Op jonge leeftijd geconfronteerd worden met de dood van iemand die net zo oud is als jij, vraagt veel van je. Het vraagt om afscheid te nemen en vervolgens te leren hoe je dat verlies kunt doorleven. Het vraagt om erover te praten, om stilte wanneer woorden ontbreken en om de ruimte om te ontdekken wat jij nodig hebt om te kunnen rouwen.
Wanneer een broer, zus, vriend of vriendin overlijdt, vraagt dat om je verdriet te kunnen delen. Met je ouders, je gezin, je vrienden of je klasgenoten. Het vraagt om elkaar vast te houden, en ook om ruimte te geven aan ieders persoonlijke behoefte. Het vraagt om te ondervinden wat jij zelf nodig hebt en tegelijkertijd leer je hoe anderen rouwen. Je ontdekt dat iedereen op een eigen manier omgaat met de dood van iemand die dierbaar was.
Onlangs nam ik een podcast op met drie vrienden die na het overlijden van hun vriend Gijs hebben geleerd hoe zij, samen én individueel, met hun verdriet omgaan. Luister hier naar de ervaringen van Jurre, Giel en Stan.